Corona-regulatie: hamsteren

Langzaam begint het een beetje in te dalen. We zitten middenin een scenario van een spannende film. Mijn man kijkt dit soort films graag. Ik kan de spanning vaak niet verdragen en ga een boek lezen. Nu is er in ons koude kikkerlandje een heuse strijd  om mondmaskers voor de ziekenhuizen. De regering besloot tot invordering!  Dat is voor mij, geboren in 1969 filmisch, en vervelend genoeg: ik kan deze film niet uitzetten. Nog nooit heb ik dit meegemaakt. De paniek rond Tjernobyl destijds was ongeveer het ergste. Mijn moeder, geboren in de oorlog was bang en haalde spa-water in huis en etenswaren die nog niet besmet waren met de radio-activiteit om ons in leven te houden, voor als het echt erg zou worden. Toen wisten we ook niet hoe erg het zou worden. We hebben het overleefd. En nu dat virus, waardoor we niet meer zo goed weten wat we kunnen verwachten. En dus bereiden we ons voor.

Pakken wat je pakken kan, om je eigen familie, je eigen kinderen in leven te houden. Dat is wat er gebeurt in de supermarkten: de eieren al dagen uitverkocht, de aardappelschappen waren vrijdag helemaal leeg, het brood was op, het afbakbrood meer dan op. Mensen maakten ruzie om het laatste pakje paracetamol. Het is de drang tot overleven, het gevoel zekerheid te creëren in een heel onzekere tijd. En heel eerlijk gezegd: ik heb ook afbakbroodjes en een volle vriezer. In ons allen, en hoe menselijk is dat, komen overlevingsstrategieen naar boven. We kunnen niet in de toekomst kijken en we willen ons bestaansrecht, ons plekje op deze aarde, ons leven en dat van onze kinderen en familieleden veilig stellen. Heel begrijpelijk, heel menselijk. Een heel existentieel gevoel.

Bij kinderen, en zeker als ze dicht op elkaar gepakt zitten thuis, is dat gevoel er ook. Zij overzien een minder lange tijd in de toekomst, dus zijn niet bezig met of er wel genoeg te eten zal zijn over 3 weken, of dat er wel nog een raketijsje zal zijn in het weekend. Voor veel van hen is er dagelijks een strijd. Vooral als er broertjes en zusjes zijn, maar ook enig kinderen (waarvan ik er ook eentje ben) kennen dat gevoel. Zit er wel evenveel chipjes in de bakjes? Wil ik wel dat de ander speelt met mijn Barbiepaard? Wie mag de afstandsbediening? Hij gaat op mijn plekje op de bank zitten! Zij praat door mij heen! Ik mag nooit op haar kamer en zij komt wel op de mijne! In de praktijk hoor ik dat ouders soms helemaal gek worden van dit soort ‘onbenullige’ ruzietjes. “Jullie moeten eerlijk delen”, roepen veel ouders dan. Ja… zeg dat maar eens bij de kassa van de supermarkten waarbij de een raak greep bij de aardappels en opgelucht en blij bij de kassa staat terwijl de ander naarstig naar tenminste een aardappel zoekt voor haar baby die net begint met hapjes te eten. Eerlijk delen? Veel volwassenen kunnen het ook niet. In het diepste van ons gevoel zit een overlevingskracht die ons plekje zal bevechten. En die kracht die voelen kinderen ook als het gaat om een Barbiepaard of het plekje op de bank of de aandacht van een ouder. Mag ik er zijn? Aandacht van ouders is vaak schaars door werk, sociale verplichtingen, zorgen, drukte, smartphone en Netflix. Mag ik er zijn? En hoe meer ouders dat wegdrukken, hoe harder een kind erom komt, geen positieve, dan maar negatieve aandacht. Hamsteren van aandacht.

Als we dat goed kunnen begrijpen, kunnen we er ook anders mee omgaan. Dit is echt een akelig, paniekerig gevoel, dat weten we zelf nu door het Corona-hamsteren. Onderliggend is er angst. Wij als volwassenen weten natuurlijk dat een Barbiepaard je leven niet gaat redden, maar een kind dat het bevecht, vecht om zijn of haar plekje. Ik sta voor mezelf op, ik ben hier en ik laat me horen. Ook een heel existentialistisch gevoel. Geef ze die erkenning en laat bijvoorbeeld elke dag privéspeelgoed apart leggen: dat kies je om niet te delen vandaag, dit is jouw eigen stukje. Dan zijn er nog steeds genoeg ruzietjes, maar je ondervangt dat gevoel wel een beetje. Maak duidelijke afspraken over het in en uitlopen van kamers en laat je niet verleiden tot scheidsrechteren over de plek op de bank. Als je de een gelijk geeft gaat de ander nog harder strijden om zijn plekje. Je wordt er als ouders gek van en sterker: ik kom wel eens ouders tegen die dan zelf geen adem en ruimte meer hebben.

Adem in en adem uit, zeg wat je ziet gebeuren, en dat dat akelig is, zet ze even apart of pak het speelgoed van beiden af. Na het afkoelen kunnen ze met elkaar proberen tot nieuwe afspraken te komen. Het kan lastig zijn iets waar je heel blij mee bent en wat echt van jou is te moeten delen. Daar kun je bang van worden: komt het wel terug? Doet de ander er wel voorzichtig mee? Erkennen van dit soort gevoel helpt een kind vaak rustig te worden, immers, de aandacht voor het gevoel geeft al een bevestiging: jij mag er zijn, ook met je vervelende gevoelens. En vaak lukt het delen dan ineens wel.

Het is niet makkelijk, maar dat is het in de supermarkt ook niet. Een voordeel: we kunnen als ouders nu misschien een beetje begrijpen hoe kinderen zich in dit soort strijd voelen: ze zijn aan het hamsteren om hun plekje veilig te stellen. Als je ze als ouders dat stukje erkenning en aandacht geeft, komt vaak het sein ‘veilig’ en is dat nare gevoel over.

Ik hoop dat  we allemaal gezond blijven en ons plekje op de aarde blijven innemen. Het is nu wel een beetje druk in de meeste huizen met gezinnen, maar met een beetje liefde en aandacht voor elkaars gevoel, moet het vast lukken!

3 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Share This

Copy Link to Clipboard

Copy